|
|
|
|
Modern adaptief onderwijs eist dat leraren kunnen omgaan met verschillen tussen leerlingen en dat zij kinderen laten leren in de stijl die het best bij hun past. Dit is o.m. ingegeven door de wens meer kinderen in het basisonderwijs te kunnen blijven begeleiden. In de groepen 1 en 2 wordt als vanzelfsprekend bij de mogelijkheden van de kinderen aangesloten, omdat de activiteiten waaruit zij kunnen kiezen op vrijwel ieder gewenst niveau uit te voeren zijn. Tweemaal per jaar vullen de leraren van de groepen 1/2 de signaleringslijst in. Deze lijst vormt het resultaat van de dagelijkse observaties die de leerkracht doet. Op de lijst kan de leerkracht globaal aangeven of de hierna genoemde aspecten zich in de gewenste richting ontwikkelen: kringgedrag (betrokkenheid, onthouden van liedjes/versjes), werkgedrag, zelfstandigheid, niveau van uitvoeren werk, sociale aspecten, taalontwikkeling en motoriek. Tijdens een groepsbespreking worden de resultaten van de signaleringslijsten besproken met de andere leerkrachten van 1/2 en de intern begeleider. Eventueel doet de intern begeleider of de groepsleerkracht nader (veelal diagnosticerend) onderzoek. Indien noodzakelijk worden voor individuele leerlingen begeleidingsafspraken gemaakt die binnen de groep worden uitgevoerd. In deze begeleiding heeft de leerkracht, veel meer dan bij de andere leerlingen, een sturende rol. Zoals eerder is aangegeven, wordt in groep 3 t/m 8 vooral klassikaal gewerkt, maar wordt geprobeerd binnen de methode ruimte te vinden om het aanbod op de specifieke behoeften van kinderen aan te passen. Om snel te kunnen beoordelen of kinderen in groep 3 t/m 8 voldoende profiteren van het onderwijs dat wij hen bieden, maakt de leerkracht gebruik van zijn dagelijkse observaties en de toetsen die bij de diverse methodes horen. Om de ontwikkeling op de langere termijn te kunnen volgen, worden methode-onafhankelijke toetsen afgenomen voor technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen. Wij spreken hierbij van Groepsgewijs Schoolonderzoek (verder GSO genoemd ). |
|
|