|
|
|
|
Piratenkamp groep 7 2011
Dinsdag 20 september, klokslag 13.00u gooiden we de trossen los en zetten koers naar het rovershol in Groet. Eenieder had er zin in, al voelde Kees zich nog een beetje ziek. Een uur lang voorspoedig westwaarts gereisd en om 14.00u meerden we aan. Meester Wilfried en juf Loes stonden ons op te wachten om de wacht af te lossen van groep 4. Reizen maakt hongerig en dorstig dus dit eerst maar eens verholpen. Vervolgens moesten de bedden worden verdeeld. Op de grote slaapzaal waren te kort bedden voor iedereen, dus sliep een kleine groep in een apart zaaltje. Die middag vond iemand een grote fles (sterke bierlucht). In deze fles bleek een brief te zitten. Het was het verhaal van piraat Johannes Kakelaer. Na schipbreuk in een hevige storm was deze piraat op een onbewoond eiland terecht gekomen. Niet wetende waar hij zat en hoe ie thuis moest komen (naar z’n geliefde Catharina) besloot hij om zoveel mogelijk flessen met een brief de zee in te gooien. Hopend dat iemand hem zou komen redden. Hij moest namelijk ook nog een schat opgraven op het vaste land. Er stonden wat aanwijzingen in de brief om de sleutel van deze schatkist te vinden. Dus onbevreesd als wij zijn ging de gehele groep met leiding de jungle van Groet in. Onderweg moesten er zo’n twintig vragen worden beantwoord. Nou is een piraat geen professor, dus dat werd nog een hele kluif (d’r viel overigens niet veel te kluiven want we waren de krentenbollen vergeten). Uiteindelijk werd in het midden van een zandverstuiving de befaamde sleutel gevonden. Het was de bedoeling dat we die na zonsondergang achter café de Bokkesprong zouden laten zien. De zon was nog lang niet in de zee gezakt, dus werd de tijd gevuld met voetballen, paardje rijden, hoepelen, steltlopen en, ook zeer in trek, slootje springen. Om de een of andere reden doen sommigen gruwelijk hun best om maar zo smerig mogelijk thuis te komen, en gelijk hebben ze. De avond viel, dus op naar de Bokkesprong. Daar ontmoetten we Johannes Kakelear die zwemmend het vaste land had weten te bereiken. Een niet al te betrouwbaar figuur die z’n oog verloren had met dobbelen. Hij was in ieder geval dolblij met de sleutel van z’n schatkist en als dank kreeg eenieder een klein schatkistje. Tevreden ging we weer naar het rovershol voor nog een natje en een droogje. Die avond was er nog een spetterend optreden van Myrthe, Rona, Isa, Max, Jaap, en Dave K met de klassieker Piet Piraat. Janne en Lisa hadden nog een onnavolgbare kaarttruc en Jamie, Isabelle en Femke zongen uit volle borst over dokter Struikelbaard. U begrijp dat na zo’n dag eenieder naar z’n bed verlangde en snel de slaap vatte. De volgende ochtend vroeg op want het was echt piratenweer. Harde wind en regen weerhielden ons niet om nog even in de duinen te spelen. Van een huizenhoge klimduin werd dankbaar gebruikt gemaakt. Klimmen, gaten graven, bomen neerleggen en daarna zo hard mogelijk naar beneden rennen en alle hindernissen ontwijken. Bij het kamphuis werd nog even een klassikaal memoryspel gespeeld. De jongens tegen de meiden, waarbij het geheugen van de meiden het won. En met een buik vol overheerlijke pannenkoeken vertrokken wij rond 14.00u tevreden weer naar thuishaven Lutjebroek. Alex, vader van Merel
|
|
|