|
|
|
|
De schoolarts is in dienst van de
Basisgezondheidsdienst West-Friesland, afdeling Jeugdgezondheidszorg (
JGZ) Blauwe Berg 5; Postbus 201, 1620 AE Hoorn, telefoon 0229 - 253392.
Het JGZ team voor onze school bestaat uit: De heer M. Dijkema, jeugdarts Mevrouw C. Prijs, doktersassistente Mevrouw V. Schipper doktersassistente Mevrouw L. Koopmans, sociaal
verpleegkundige. In het kader van de JGZ 0-19
jaar is er een nauwe samenwerking met “De Omring”die de kinderen in de
leeftijd van 0-4 jaar begeleidt (consultatiebureau). Als de kinderen 4
jaar zijn, worden hun dossiers-met speciale aandacht voor kinderen met
medische, psychosociale of andere problemen- overgedragen aan de JGZ.
Dit na toestemming van de ouders/verzorgers. In de basisschoolperiode
worden alle kinderen op drie vaste contactmomenten uitgenodigd, al dan
niet met hun ouders/verzorgers. Tussen het 5e en 6e levensjaar worden de leerlingen met hun ouders/verzorgers uitgenodigd voor een uitgebreid onderzoek bij de jeugdarts en doktersassistente. Tijdens dit onderzoek wordt o.a. gelet op de lichamelijke- en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind in relatie tot de levensfase, zoals: spraaktaalontwikkeling, motorische ontwikkeling, gezichtsvermogen, gehoor, groei, het functioneren thuis, op school en in zijn/haar vrije tijd etc. Afhankelijk van de bevindingen wordt er advies gegeven, een controle afgesproken of wordt er overlegd met of verwezen naar de huisarts of ander instanties.( b.v. Bureau Jeugdzorg, fysiotherapie, logopedie etc.). Na het onderzoek van een groep
vindt een nabespreking plaats met de groepsleerkracht waarbij aan de
school relevante kind-en groepsgerichte adviezen worden gegeven (na
toestemming van de ouders/verzorgers). Tussen het 7e
en 8e levensjaar wordt een verkort
onderzoek op school aangeboden. Hierbij wordt gekeken naar lengte,
gewicht en gezichtsvermogen. De ouders/verzorgers zijn hier in principe
niet bij. Een begeleidende brief aan hen geeft uitleg over het
onderzoek, vraagt ouders/verzorgers naar (medische) bijzonderheden en
stelt hen in de gelegenheid om een nader onderzoek/ gesprek aan te
vragen. Tussen het 10e en 11e levensjaar krijgen de leerlingen een verkort onderzoek op school (eveneens zonder ouders/verzorgers). Een begeleidende brief aan hen geeft uitleg over het onderzoek en stelt vragen over de gezondheid en ontwikkeling van het kind. Tijdens dit onderzoek wordt gekeken naar lengte, gewicht, gezichtsvermogen, rug en houding. Voorafgaand aan dit onderzoek
wordt ook een korte vragenlijst door de kinderen zelf op school
ingevuld, waarmee wordt nagegaan of er mogelijk sprake is van
depressieve klachten. Naar aanleiding van de vragenlijsten kunnen
ouders/verzorgers (en kind) worden uitgenodigd voor een gesprek met de
jeugdarts of sociaalverpleegkundige. Extra contactmoment. Dit onderzoek is in een vorig
contactmoment door de JGZ afgesproken, of kan door school,
ouders/verzorgers of andere betrokkenen, maar alleen na overleg met en
toestemming van de ouders/verzorgers worden afgenomen. De kinderen die
extra zorg nodig hebben, kunnen daarvoor al in groep 1 worden
opgeroepen; de 0-4-jarigenzorg vraagt soms om extra aandacht. Kortdurende begeleiding en/of huisbezoek(en). Dit vindt plaats bij onder meer
opvoedings-,voedings-, gedrags- en zindelijkheids-problemen of
hardnekkige hoofdluisproblemen. Meestal wordt dit gedaan door de sociaal
verpleegkundige. d. |
|
|