Start InhoudUitleg toets

Omhoog

 

 

Tussentest groep 6                mei 2007

 

Beschrijving van de verschillende testonderdelen

 

Drie taalonderdelen (Verbaal/theoretisch

 

Woordenschat

De woordenschat is een factor die nodig is voor het begrijpen van alles wat gezegd of gelezen wordt. Voor het vak “Begrijpend lezen” is een goede woordenschatontwikkeling van groot belang. In de test wordt Woordenschat gemeten door te kijken in hoeverre kinderen de synoniemen van een flink aantal woorden kennen.

 

Voorbeeld: kies het woord met dezelfde betekenis:

-  dapper         1.. koud           2.licht               3. vrees            4. moedig         5. nieuw

 

Analogieën

In de test moet een kind een redeneerregel ontdekken

 

VoorbeeldZoek de relatie en pas die toe.

-huizen - stad /  bomen - ….. 1. takken 2. gras  3. bos  4. weg  5.stam

 

Exclusie (met woorden)

Er worden vier woorden aangeboden, waarvan er één niet thuishoort

Voorbeeld: 1. wit                    2. geel              3. sterk                        4. paars

 

 

Drie wiskundige onderdelen (Wiskundig/praktisch)

 

(Bij de volgende onderdelen is het wat lastig om voorbeelden te geven)

 

Ruimtelijk inzicht:

Vierkantjes maken: Bij deze test moeten de kinderen de aangeboden figuur denkbeeldig aanvullen tot een vierkant.

 

Reeksen:                                                                                                                            

Er moet een redeneeregel ontdekt worden van 4 figuren die van links naar rechts staan. Die moet worden toegepast op de vijfde figuur.

 

Exclusie;

De leerlingen moeten uit vier  figuren het gemeenschappelijke kenmerk halen.